| Basisonderwijs versus onderwijsinspectie |
| donderdag 24 februari 2011 09:00 |
|
De onvrede over de manier van werken van de inspectie is groot. Dit blijkt uit een peiling onder directeuren en bestuurders van basisscholen, die de Besturenraad deze maand liet uitvoeren. Kille cijfersBasisschooldirecteuren vinden dat ze worden afgerekend ‘op kille cijfers’. Een directeur stelt zelfs dat “er een afrekencultuur in het onderwijs heerst”. De inspectie richt zich vooral op de resultaten van de Cito-eindtoets zonder rekening te houden met de leerlingpopulatie, zeggen de scholen. Vaak hangen lage scores samen met de aantallen leerlingen met leerproblemen en niet met de kwaliteit van het onderwijs, stellen zij. Om toch aan de eisen van de inspectie te kunnen voldoen gaan scholen gericht trainen op de Cito-toetsen, waardoor de Cito-scores vaak wel iets verbeteren. Maar dat zegt niets over de onderwijskwaliteit, aldus de basisscholen. ExcuusleerlingenDe onderwijsinspectie herkent zich niet in dit beeld. “Dat woord ‘afrekenen’ alleen al is heel sterk overdreven”, zegt hoofdinspecteur voor het basisonderwijs Leon Henkens in Trouw. “Elke school kan de door ons gestelde normen halen.” Hij stelt dat scholen moeilijke leerlingen te vaak als excuus gebruiken om hun te lage Cito-scores te verklaren. “De meeste scholen kunnen heel veel doen om zich te verbeteren.” Nieuwe rolUit de peiling van de Besturenraad blijkt dat de onvrede over de onderwijsinspectie samenhangt met hun nieuwe rol. Vroeger had de inspectie een adviserende rol. De inspecteur kwam op scholen langs en gaf adviezen over hoe het onderwijs verbeterd kon worden. Nu is de onderwijsinspectie toezichthouder geworden. “Het is niet onze taak scholen te vertellen hoe ze hun onderwijs moeten verbeteren; dat moeten ze zelf bepalen. Scholen moeten zich wel verantwoorden voor hun prestaties, en daarin spelen wij een rol”, zegt Leon Henkens. Veel scholen zien deze nieuwe rol van de inspectie als een verslechtering. Leon Henkens vindt het juist een verbetering. Daar moet hij de scholen echter nog wel van zien te overtuigen. Bron: Trouw 23 februari 2011 |




